HOME
 
328. Dotterbloem (caltha palustris) (frysk: djerreblom):

Biotoop:

Algemeen in natte hooi- en weilanden, moerassen, langs slootkanten, langs beken, rietlanden en broekbossen. Hoewel algemeen gaat hij in aantal achteruit.

Bloeitijd:

Bloeit van maart t/m juni.

Bijzonderheden:

Wordt 20 tot 40 cm hoog. De bloemen worden bestoven door allerhande insekten. Daarnaast is er nog een andere vorm van bestuiving genaamd regenbestuiving, waarbij de bloemen tijdens regen gewoon open blijven en zich met water vullen. Het stuifmeel drijft nu van de meeldraden naar de stamper. Ze zijn, net als vele andere voorjaarsbloemen, geel van kleur. De zaden, die blijven drijven, worden via het water verspreid. Behorende tot de familie van de ranonkels bevat ook deze plant giftige saponinen die blaren kunnen veroorzaken (bij intensieve aanraking). Vroeger werd met behulp van de dooiergele bloemen de boter geel gekleurd vandaar de naam, ook werden de bloemen gebruikt als middel tegen geelzucht.

328. Yellow marsh marrigold (caltha palustris) (fresian: djerreblom):

Habitat:

Common in wet hay- and grasslands, swamps, along ditchbanks, along streams, reedbanks and floodforests. Although being common it's numbers are dwindling.

Floweringperiod:

Flowers from march through to june.

Peculiarities:

The flowers are being pollinated by different insects. Nexto that there is another type of pollination in which the flowers stay open during periods of rain, the rain filling up the flowers makes the pollen float to the pestle. Like many other flowers which are flowering in spring it has yellow flowers. The seeds, being able to stay afloat, are being spread by the water. It is a member of the ranunculaceae family and therefore it contains a poison which can lead to blisters on the skin (at exsessive touch). In former times one used to use the yellow petals to give a yellow colour to butter. The petals were also being used as a medicine against jaundice.